Ionen
Meestal zijn atomen neutraal. Maar soms nemen ze elektronen op of geven ze elektronen af. Dan worden het ionen. Een ion is dus een atoom met een lading: positief of negatief.
Hoe ontstaan ionen?
Ionen ontstaan als atomen elektronen opnemen of verliezen:
- Opnemen van elektronen: het atoom wordt negatief geladen → een anion.
- Verliezen van elektronen: het atoom wordt positief geladen → een kation.

Voorbeelden:
- Natrium (Na): verliest 1 elektron → Na⁺ (positief ion).
- Chloor (Cl): neemt 1 elektron op → Cl⁻ (negatief ion).
Waarom zijn ionen belangrijk?
Ionen kom je overal tegen. Enkele voorbeelden:
- In je lichaam: Natrium (Na⁺) en kalium (K⁺) zorgen dat zenuwen signalen doorgeven en dat spieren bewegen.
- In water: Ionen in zout water, zoals Na⁺ en Cl⁻, geleiden elektriciteit.
- In batterijen: Ionen bewegen tussen de polen van de batterij en wekken zo stroom op.
Kationen vs. Anionen
Zo kun je het makkelijk onthouden:
- Kationen: Positieve ionen (denk: “kation = plus”).
- Anionen: Negatieve ionen (denk: “anion = negatief ion”).
Samengevat: ionen zijn atomen met een lading. Ze ontstaan doordat elektronen worden opgenomen of afgestaan. Zonder ionen zouden veel processen in de natuur en technologie niet werken.