Wat is de pH-schaal?
De pH-schaal wordt gebruikt om te meten hoe zuur of basisch een stof is. De schaal loopt van 0 tot 14, waarbij elk getal een ander zuurte- of basisch niveau weergeeft.
De indeling van de pH-schaal
De pH-schaal is in drie hoofdgroepen verdeeld:
- Zuur (pH < 7): Stoffen met een pH lager dan 7 zijn zuur. Bijvoorbeeld citroensap heeft een pH van ongeveer 2.
- Neutraal (pH = 7): Stoffen met een pH van 7 zijn neutraal. Zuiver water is hiervan een voorbeeld.
- Basisch (pH > 7): Stoffen met een pH hoger dan 7 zijn basisch. Bijvoorbeeld baking soda heeft een pH van ongeveer 9.

Waarom is de pH-schaal belangrijk?
De pH-schaal helpt ons te begrijpen hoe stoffen zich gedragen en met elkaar reageren. Enkele voorbeelden:
- In de keuken: Zuren zoals azijn worden gebruikt bij het koken, terwijl basen zoals baking soda in bakrecepten voorkomen.
- In het lichaam: Ons bloed heeft een licht basische pH van ongeveer 7,4 en moet in balans blijven om gezond te blijven.
- In het milieu: De pH van regenwater beïnvloedt planten en dieren. Zure regen met een lage pH kan ecosystemen schaden.
Hoe meten we pH?
pH kan gemeten worden met indicatoren, pH-papier of digitale meters:
- Indicatoren: Stoffen zoals lakmoespapier veranderen van kleur om zuur of basisch aan te tonen.
- pH-papier: Speciaal papier dat van kleur verandert afhankelijk van de pH van een oplossing.
- Digitale meters: Apparaten die een exacte pH-waarde weergeven, vaak gebruikt in laboratoria.